Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie Gemeente Ameland
Officiële naam regeling Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie
Citeertitel Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp financiën en economie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

  1. De "Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie" d.d. 17 maart 1998 blijft van kracht voor de periode waarvoor het heeft gegolden.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2008, artikel 1
  2. Verordening forensenbelasting 2008, artikel 2
  3. Verordening rioolrechten 2008, artikel 2
  4. Verordening lijkbezorgingsrechten 2008, artikel 3
  5. Legesverordening 2008, artikel 3
  6. Verordening reinigingsrechten 2008, artikel 3

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening, Bron bekendmaking Kenmerk voorstel
26-03-1998 n.v.t. Nieuwe beleidsregel 17-03-1998 Gemeenteinfo, 18-03-1998 7

Tekst van de regeling

Het college van burgemeester en wethouders van Ameland;


Gelet op het bepaalde in:

- artikel 1 van de verordening onroerende-zaakbelastingen 2008;
- artikel 2 van de verordening forensenbelasting 2008;
- artikel 2 van de verordening rioolrechten 2008;
- artikel 3 van de verordening lijkbezorgingsrechten 2008;
- artikel 3 van de legesverordening 2008;
- artikel 3 van de verordening reinigingsrechten 2008.


B E S L U I T:

I. Vast te stellen de:

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie;

II. In te trekken de “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie” d.d. 17 maart 1998, met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor de periode waarvoor het heeft gegolden.


Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 18 december 2007.

, burgemeester.


, secretaris.


Algemeen
In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende of roerende zaak, roerende woon- of bedrijfsruimte, perceel).
In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen.

In deze gevallen hanteert de Gemeente Ameland een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn.

De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming.
Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.
 

Artikel 1

Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1. de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:
a. de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;
b. de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;
c. de erfpachter,
2. de eigenaar of de appartementsgerechtigde;
3. degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begre¬pen de bezitter.

Artikel 2

Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1. indien er binnen één categorie genothebbenden personen zijn die volgens de be-schikbare gegevens op Ameland wonen of gevestigd zijn:

a. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;
b. degene die het grootste aandeel in het genotrecht heeft;
c. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;
d. bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;
e. degene die bij de afdeling Middelen als genothebbende of gebruiker bekend is;

2. indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens op Ameland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn:

a. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;
b. degene die het grootste aandeel in het genotrecht heeft;
c. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;
d. bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;
e. degene die bij de afdeling Middelen als genothebbende of gebruiker bekend is;

3. indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn:
a. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;
b. degene die het grootste aandeel in het genotrecht heeft;
c. degene die bij de afdeling Middelen als genothebbende of gebruiker bekend is;

Artikel 3

Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten die worden geheven van gebruikers en de forensenbelasting, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1. degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;
2. degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;
3. de oudste in leeftijd;
4. degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

Artikel 4

Met betrekking tot de rioolrechten en de reinigingsrechten wordt de aan¬slag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1. degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;
2. degene die de huur van het hele belastingobject betaalt aan een elders wonende verhuurder;
3. degene die het grootste deel van het belastingobject gebruikt;
4. degene die het langst in het belastingobject woont;
5. degene die het belastingobject het langst gebruikt;
6. de oudste, in geval van gelijktijdige vestiging in het belastingobject;
7. degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

Artikel 5

Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belas-tingplichtige die:

1. ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;
2. ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;
3. ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen.

Artikel 6

De artikelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien:

1. de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;
2. bij de afdeling Middelen bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

Artikel 7

Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 8

Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

Artikel 9

Wijzigingen kunnen – indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd – pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

Artikel 10

Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er sprake is van willekeur.

Artikel 11

Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, is het bepaalde in de onderdelen 1 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.

Sluiting

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Ameland gehouden op 18 december 2007.