Beleidsregels voor de huisvesting van seizoenpersoneel en voor recreatieappartementen in en bij woningen

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie Gemeente Ameland
Officiële naam regeling Beleidsregels voor de huisvesting van seizoenpersoneel en voor recreatieappartementen in en bij woningen
Citeertitel beleidsregels voor de huisvesting van seizoenpersoneel en voor recreatieappartementen in en bij woningen
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp volkshuisvesting en woningbouw

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht, artikelen 3:40 en 4:81 tot en met 4:84

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening, Bron bekendmaking Kenmerk voorstel
24-02-2004 n.v.t. Nieuwe beleidsregel 24-02-2004 Gemeenteinfo, 24-02-2004 Onbekend

Tekst van de regeling

Het college van de gemeente Ameland;
 

overwegende, dat:
• op de huisvesting van seizoenpersoneel een groot aantal al dan niet wettelijke regels van toepassing zijn;
• deze regels niet in alle gevallen zijn toegespitst op dit specifieke onderwerp;
• het daarom gewenst is te komen tot een samenhangend en duidelijk geheel van regels, waaruit blijkt wat het beleid op dit gebied is;
 

overwegende voorts, dat:
• het vaststellen van genoemde beleidsregels doorwerkt naar de situatie inzake recreatieappartementen in en bij woningen;
• het gewenst is dat er een inventarisatie wordt opgesteld van de feitelijke stand van zaken van de aanwezige recreatieappartementen in en bij woningen;
• het tevens gewenst is dat wordt vastgelegd hoe wordt omgegaan met de bestaande situatie en welke regels worden toegepast op wijzigingen in de bestaande situatie gedurende de looptijd van deze inventarisatie
 

gelet op de artikelen 3:40 en 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:


vast te stellen de volgende ‘beleidsregels voor de huisvesting van seizoenpersoneel en voor recreatieappartementen in en bij woningen’, waarbij de letters A tot en met H betrekking hebben op de huisvesting van seizoenpersoneel en de letters I tot en met M betrekking hebben op recreatieappartementen in of bij woningen:
 

Artikel

A. De gemeente erkent het belang van huisvestingsmogelijkheden voor seizoenpersoneel.
B. In navolging van de omschrijving “Woondoeleinden” in het bestemmingsplan Nes staat de gemeente daarom toe, dat óók in bestemmingsplannen waar dit niet met zoveel woorden is aangegeven, gronden met de bestemming “Woondoeleinden” mede worden gebruikt voor het bieden van huisvesting aan seizoenpersoneel.
C. Daarbij zal de bestemming ‘woondoeleinden’ in stand moeten blijven, net zoals dat gebruikelijk is bij het medegebruik van een woning voor een aan-huis-gebonden beroep. De woonfunctie moet in overwegende mate gehandhaafd blijven en moet ook de primaire functie van de woning blijven. Om aan deze eis te kunnen voldoen, geldt het volgende:
1. aan tenminste één bewoner worden de eisen als gevolg van de Huisvestingsverordening
gesteld;
2. tenminste één bewoner moet ingeschreven staan in de gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens;
3. de bewoning door de overige bewoners wordt voor de toepassing van de Huisvestingsverordening beschouwd als inwoning; deze moeten zich echter wel laten inschrijven in de gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens;
4. de gehele woning moet tenminste blijven voldoen aan de eisen, die het Bouwbesluit stelt aan een woonfunctie.

D. Bij de beoordeling van woningen op basis van het Bouwbesluit en de bouwverordening wordt, indien de woning wordt gebruikt voor de huisvesting van seizoenpersoneel:
1. aan de woonkamer, de keuken, één slaapkamer, de douche/badkamer, het toilet en de berging de daarbij behorende gebruiksfunctie toegekend;
2. aan de overige slaapkamers de gebruiksfunctie ‘logiesfunctie’ toegekend;
3. bij de toetsing van ruimten met de gebruiksfunctie ‘logiesfunctie’ als minimale hoogte en oppervlakte de afmetingen gehanteerd die het Bouwbesluit aangeeft voor ruimten met de gebruiksfunctie ‘woonfunctie’.
E. Als er meer dan 10 personen in de woning kunnen verblijven, moet op basis van de bouwverordening een gebruiksvergunning worden aangevraagd.
F. Bij de huisvesting van seizoenpersoneel in bedrijfswoningen worden dezelfde beleidsuitgangspunten gehanteerd als die genoemd zijn bij de letters A tot en met E.
G. Huisvesting van seizoenpersoneel in bedrijfsruimten wordt in principe niet toegestaan. In gevallen, die zich daarvoor in planologisch opzicht lenen en waarbij kan worden voldaan aan de beleidsuitgangspunten C en D, wordt de raad voorgesteld de bedrijfsbestemming aan te passen en een bedrijfswoning toe te staan.
H. Huisvesting van seizoenpersoneel in caravans is alleen toegestaan, indien die caravans zich bevinden op een camping of een ander terrein, waar het plaatsen van (een) caravan(s) rechtens is toegestaan.
I. Appartementen in of bij woningen worden beoordeeld aan de hand van de normen, die gelden voor “logiesfunctie”;
J. Er wordt een inventarisatie opgesteld van bestaande appartementen in of bij woningen, waarbij de situatie ten aanzien van het punt (brand)veiligheid in kaart wordt gebracht;
K. Mits aan het gebruik of de bouwkundige situatie van bestaande appartementen in of bij woningen niets verandert, blijft het gebruik daarvan toegestaan gedurende de looptijd van de inventarisatie, tenzij bij de inventarisatie blijkt dat sprake is van een acute levensbedreigende situatie;
L. Als deze inventarisatie is afgerond, vindt nadere besluitvorming plaats over het al dan niet toestaan van het ongewijzigd voortgezet gebruik van deze appartementen;
M. Als, voordat de genoemde nadere besluitvorming heeft plaatsgevonden, een verzoek tot wijziging van het gebruik c.q. een bouwvergunning wordt aangevraagd voor appartementen in of bij woningen dan wel voor die woningen zelf, wordt dit behandeld met toepassing van het Bouwbesluit 2003 en de bouwverordening op zowel de woning als het daarbij behorende appartement; daarbij worden in principe de voorschriften voor nieuwe bouwwerken gehanteerd; indien dit technisch niet mogelijk is of indien dit financieel gezien niet in redelijke verhouding staat tot het resultaat ervan, wordt overwogen ontheffing te verlenen tot het niveau voor een bestaand bouwwerk; voor de minimale afmetingen van ruimten met een logiesfunctie geldt het gestelde bij beleidsuitgangspunt D3.
 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college op 24 februari 2004.