Beleidsregels Participatie 2015

Beleidsregels Participatie 2015

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie Gemeente Ameland
Officiële naam regeling Beleidsregels Participatie Ameland 2015
Citeertitel Beleidsregels Participatie Ameland 2015
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp maatschappelijke zorg en welzijn

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. 1. Participatiewet
  2. 2. Participatieverordening Ameland 2015

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening, Bron bekendmaking Kenmerk voorstel
06-08-2015 01-01-2015 Nieuwe regeling 29-06-2015 Digitaal gemeenteblad 5 augustus 2015 N.v.t.

Artikel

1         Begripsomschrijvingen

Aangesloten wordt bij de begripsbepalingen zoals genoemd in artikel 1, eerste lid van de ‘Participatieverordening 2015’.

Daarnaast worden in deze beleidsregels de volgende begrippen gebruikt:

bab: baanafspraakbaan. Het gaat hier om 125.000 baangaranties, afgegeven door overheid en ondernemend Nederland in het Sociaal Akkoord van 2013;

BZF: Bureau Zelfstandigen Fryslân;

dienstverlener: externe aanbieder van voorzieningen;

meeneembare voorzieningen: het gaat hierbij om middelen die meestal niet deel uitmaken van de werkplek, en die niet algemeen gebruikelijk zijn, maar wel nodig om ondanks een beperking het werk te kunnen doen, zoals een brailleleesregel of orthopedische werkschoenen;

re-integratieplicht: de plicht tot het gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling en het meewerken aan een onderzoek naar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;

Gebiedsteam: het samenwerkingsverband van professionals op Ameland die alle burgers kunnen ondersteunen bij hun vragen over onder andere de volgende onderwerpen: werk, bijv. doorverwijzen bij solliciteren of re-integratie, financiën, opvoeding, gezin, kinderen, wonen, vrije tijd en sport, wet en regelgeving, vrienden en relaties en zorg, ondersteuning en hulpmiddelen;

vrijwilligerswerk: onbetaald werk met een maatschappelijk of liefdadig doel zonder commerciële belangen;

werkplekaanpassingen: aanpassingen die deel uit maken van de werkplek of de omgeving daarvan en nodig zijn om ondanks een beperking het werk te kunnen doen. Bijvoorbeeld aanpassing aan machine, werkblad, maar ook een aangepast toilet in het bedrijf;

participatieactiviteiten: (het blijkgeven van) actief burgerschap in het (re-) vitaliseren van de leefomgeving ten aanzien van onderwerpen die op het gebied van sociaal, schoon, heel & veilig in de straat, buurt, of wijk spelen. Hierbij mag verdringing van regulier werk niet aan de orde zijn;

actueel perspectief op regulier werk: het in staat zijn om binnen een jaar inkomen uit arbeid, eventueel met ondersteuning, te verwerven.

nugger: niet uitkering gerechtigde.

2         Doelgroep

Tot de doelgroep van deze beleidsregels behoort de kring van klanten zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van de Participatieverordening van de gemeente Ameland 2015.

3         Ondersteuning

De bevordering van de participatie van klanten is in eerste instantie gericht op regulier werk, met of zonder ondersteuning. Dit wordt vanuit Werk-leerbedrijf NEF (aangesloten bij het Regionaal Werkbedrijf Fryslân Werkt!) uitgevoerd. Voor klanten zonder actueel perspectief op regulier werk wordt participatiedienstverlening vanuit de gebiedsteams uitgevoerd.

Voor de doelgroep van VSO/Pro onderwijs en/of die WSW geïndiceerd zijn, alsmede personen die een arbeidshandicap hebben als gevolg van ziekte en/of gebrek kan, zal de dienstverlening van Werk- leerbedrijf NEF aangewend worden om participatie met ondersteuning mogelijk te maken c.q. te realiseren.

De gemeente laat de participatiedienstverlening op het onderdeel ‘toeleiding werk’ voor bovengenoemde doelgroepen uitvoeren door Werk- leerbedrijf NEF. Het betreft hier acquisitie en marktbewerking, Test & Training in het kader van diagnose, regelen van scholing, werkervaringsplaatsen en interne ontwikkelplaatsen van 3 tot 6 maanden, werkplekaanpassingen en meeneembare voorzieningen voor arbeidsbelemmerden, het verrichten van loonwaardemeting, het voeren van trainingen, jobcoaching, begeleiding alsmede ondersteuning bij leerwerktrajecten als bedoeld in artikel 10 f van de Participatiewet.

Voor de doelgroep Nuggers kan het College een eigen bijdrage instellen.

Van een eigen bijdrage is geen sprake als het (gezamenlijk) inkomen op of minder bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm (artikel 20 en 21 PW) en/of het vermogen op of minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vrij te laten vermogensgrens (artikel 34 lid 3 PW).

Van een eigen bijdrage ter hoogte van 50% is sprake als het (gezamenlijk) inkomen meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (artikel 20 en 21 PW) en/of het vermogen meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde vrij te laten vermogensgrens (artikel 34 lid 3 PW).

Van een eigen bijdrage ter hoogte van 100% is sprake als het (gezamenlijk) inkomen meer bedraagt dan 150% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (artikel 20 en 21 PW) en/of het vermogen meer bedraagt dan 150% van de van toepassing zijnde vrij te laten vermogensgrens (artikel 34 lid 3 PW).

4       Voorzieningen 

Waar nodig, worden voorzieningen ingezet om het hoogst mogelijke participatieniveau voor de betreffende klant te bereiken. Het uiteindelijke doel is het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt. Hierbij wordt uitgegaan van het principe: werken is het doel, participeren de norm.

In het kader van participatiedienstverlening worden de volgende op arbeidsinschakeling gerichte voorzieningen ingezet:

Beschut werk: het aantal beschut werken plekken wordt gemaximeerd (budgettair) op 1 (instroom) op 3 uitgestroomde WSW-medewerkers. Dit ligt in de lijn van de verwachtingen van het ministerie. Voorrang van instroom op beschut werken plekken wordt gegeven aan de personen die voldoen aan de kenmerken van VSO/Pro onderwijs en/of voorheen WSW geïndiceerd zijn, waarbij sprake dient te zijn van een minimale leeftijd van 18 jaar. Het Beschut Werken wordt indien nodig vormgegeven door en bij Werk- leerbedrijf NEF (lokaal wat lokaal kan, regionaal als het moet). Het UWV bepaalt d.m.v. onderzoek en indicering of personen in aanmerking komen voor Beschut Werken.

Loonkostensubsidie: de in artikel 10 c en 10 d van de Participatiewet, alsmede de daaronder hangende lagere wetgeving vastgelegde regels met betrekking tot loonkostensubsidie, dienen onverkort te worden toegepast. De hiervoor benodigde loonwaardemeting wordt uitgevoerd door WerkLeerbedrijf NEF.

Loonkostensubsidie wordt ingezet voor personen met een loonwaarde tot 80%. Dat betekent dat in het geval van de voorziening Beschut Werken er eveneens loonkostensubsidie kan worden ingezet.

No-riskpolis: verwezen wordt naar de polisvoorwaarden van de verzekeraar.

Proefplaatsing: een klant kan na bemiddeling op een reguliere vacature of op een bab gedurende maximaal drie maanden op proef worden geplaatst met behoud van uitkering, op voorwaarde dat de werkgever vervolgens de klant voor minimaal zes maanden een contract aanbiedt indien de klant voldoet.

Werkervaringsplaats: als bemiddeling op een reguliere vacature nog niet mogelijk is en de klant wel voldoende werknemersvaardigheden en motivatie heeft om bij een werkgever ervaring op te doen kan een werkervaringsplaats zinvol zijn. Een werkervaringsplaats met behoud van uitkering duurt maximaal 3 maanden bij eenzelfde werkgever.

Préstart traject: klanten met een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering die uitkeringsonafhankelijk willen proberen te worden door het starten van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een préstart traject van het BZF. Het betreft een intensief advies- en begeleidingstraject dat is bedoeld om een klant voor te bereiden op zelfstandig ondernemerschap en wordt gefinancierd vanuit het Bbz 2004. Het bestaat uit een intake, een oriëntatiefase en een planfase. Gedurende het traject blijft de uitkering van de klant lopen en is hij vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen. De maximale duur is zes maanden.

Indien een klant die deelneemt aan een préstart traject in verband daarmee noodzakelijke kosten heeft, zoals kosten voor uitvoering van een marktonderzoek of voor geringe investeringen in het kader van de voorbereiding, kan daarvoor bijstand worden verstrekt in de vorm van een voorbereidingskrediet dat maximaal € 2.000,- bedraagt. Het gaat in eerste instantie om een renteloze geldlening die wordt omgezet in een rentedragende lening indien de klant in aansluiting op het préstart traject een bedrijf of zelfstandig beroep begint. Als de klant na afloop daarvan echter in de uitkering blijft, wordt de renteloze geldlening omgezet in een bedrag om niet.

Additionele 1 op 1 inkoop: het instrument additionele 1 op 1 inkoop (maatwerkaanpak) behelst het inkopen van (aanvullende) re-integratie / participatiedienstverlening op individueel klantniveau, zonder te zijn gebonden aan vooraf gecontracteerde marktpartijen. Het moet gaan om instrumenten of voorzieningen die participatie- of re-integratie bevorderen.

De inzet van het instrument moet een directe toegevoegde waarde hebben op de verkleining tot de afstand tot de arbeidsmarkt of een daadwerkelijk meetbare meerwaarde leveren aan de zelfstandigheid van de klant. Tot maatwerkaanpak kunnen bijvoorbeeld worden gerekend werkplekaanpassingen, scholing en training (deze opsomming is niet uitputtend).

Maatwerk betekent dat per klant een beoordeling gemaakt kan worden wat nodig is aanvullend op de reguliere dienstverening. De mogelijkheden van de klant gericht op een zo snel mogelijke uitstroom naar werk of opleiding (dan wel participatie) zijn het uitgangspunt.

Voor alle inkoop in het kader van 'toeleiding naar werk' geldt, dat LeerWerkbedrijf NEF dit voor haar rekening neemt.

Vrijwilligerswerk: het verrichten van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering kan, indien nodig, worden aangeboden als voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Maar als dit niet het geval is, kan toestemming aan de klant worden gegeven om met behoud van uitkering vrijwilligerswerk te doen omdat dergelijk werk bijvoorbeeld voor hem het maximaal haalbare is of om bepaalde vaardigheden niet te verliezen. Daarnaast wordt vrijwilligerswerk onder voorwaarden door het college beschouwd als onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie naar vermogen.

5         Vergoedingen

Reiskosten

Reiskosten die de klant maakt in het kader van een re-integratietraject, kunnen worden vergoed op basis van openbaar vervoer. Het betreft hier daadwerkelijk gemaakte kosten op basis van enkele reisafstand van minimaal 5 kilometer.

Wanneer openbaar vervoer niet mogelijk is, kan een vergoeding plaatsvinden op basis van de onbelaste vergoeding vastgesteld door de Belastingdienst, thans zijnde € 0,19 per kilometer.

Aanvulling op kinderopvangtoeslag

Het College kan krachtens artikel 1.13 van de Wet Kinderopvang een tegemoetkoming verstrekken aan ouders in aanvulling op de kinderopvangtoeslag.

Hierbij zijn de bestaande beleidsregels omtrent kinderopvangtoeslag van toepassing.

6       Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling

Centraal in de Participatiewet staat het uitgangspunt van werk boven inkomen. Alle inspanningen van belanghebbende en de gemeente dienen te zijn gericht op arbeidsinschakeling. Hieronder wordt verstaan het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub. a Participatiewet.

Re-integratie is het geheel van activiteiten dat leidt tot arbeidsinschakeling. De Participatiewet stelt het college van burgemeester en wethouders daarvoor mede verantwoordelijk door de opdracht de cliënt bij zijn arbeidsinschakeling te ondersteunen. Daarbij wordt een voorziening aangeboden indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.

Het uitgangspunt van de Participatiewet is om alle klanten een arbeidsverplichting op te leggen. Wel kan de gemeente in individuele gevallen om dringende redenen afzien van het opleggen van de arbeidsverplichtingen. Er moet dus sprake zijn van dringende redenen, die individueel beoordeeld worden, en de vrijstelling heeft altijd een tijdelijk karakter. Middels periodieke beoordeling moet nagegaan worden of er nog sprake is van dringende redenen. Zo niet dan worden de arbeidsverplichtingen weer opgelegd.

De ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling kan alleen plaats vinden als er sprake is van een dringende reden. Een dringende reden is aanwezig indien betrokkene dusdanige belemmeringen heeft richting de arbeidsmarkt, dat zelfs met aanwezige re-integratiemiddelen en andere voorzieningen geen enkele weg richting een (gedeeltelijke) zelfstandige bestaansvoorziening openstaat.

Hierbij kan gedacht worden aan de volgende situaties:

Zorg voor kinderen: de algemene beleidslijn is dat het hebben van de zorg voor kinderen op zichzelf niet leidt tot een ontheffing.

Gehuwden

Voor gehuwden geldt de plicht tot arbeidsinschakeling binnen de hierboven geschetste algemene kaders in beginsel voor ieder van hen, ook als er binnen het gezin kinderen zijn. Wanneer de zorg voor kinderen moet worden gecombineerd met arbeid is het aan beide gehuwden om hierin samen tot een verdeling te komen, waarbij de kansen op toetreding tot de arbeidsmarkt leidend moeten zijn. Met andere woorden: het kan niet zo zijn dat de ouder met een grote kans op toetreding tot de arbeidsmarkt geen uitvoering geeft aan de re-integratieverplichting vanwege de zorg voor de kinderen, terwijl de andere ouder deze zorg ook voor zijn rekening kan nemen.

Alleenstaande ouders

De alleenstaande ouder met de volledige zorg voor kinderen tot 5 jaar kan gebruik maken van de wettelijke mogelijkheid ontheffing van de arbeidsverplichting te krijgen. Voor een dergelijke ontheffing hoeft geen sprake te zijn van dringende redenen.

Een ontheffing van de arbeidsverplichting op grond van dringende redenen kan aan de orde zijn wanneer voor de alleenstaande ouder (ongeacht de leeftijd van de kinderen) de combinatie van zorg met arbeid pertinent niet mogelijk is. Er moet dan sprake zijn van objectiveerbare omstandigheden, bijvoorbeeld ziekte of zware gedragsproblemen bij kinderen.

Mantelzorg: klanten die aantonen dat zij mantelzorg verrichten aan personen die niet zonder deze zorg kunnen, kunnen geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden van de arbeidsplicht gedurende de periode van mantelzorg. Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.

Medisch/psychische redenen: veel mensen met medische en/ of psychische klachten werken of kunnen aan het werk. Toch kan het voorkomen dat medische en/of psychische gronden aanleiding geven tot het verlenen van een (tijdelijke) ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling. In bepaalde situaties zal de werkcoach heel goed in staat zijn dit te beoordelen zo nodig ondersteund door een verklaring van huisarts of behandelend specialist. Te denken valt aan een loonwaarde lager dan 30% van het wettelijk minimumloon, terminale ziekte of een zeer zware drugs-/alcoholverslaving. In die gevallen, dat een verklaring van huisarts of behandelend specialist naar het oordeel van de werkcoach onvoldoende duidelijk maakt dat verkrijgen of aanvaarden van arbeid niet kan worden verlangd, kan een medisch advies worden opgevraagd.

7         Inherente afwijkingsbevoegdheid

Met toepassing van artikel 4:84 Awb kan in voorkomende gevallen van deze beleidsregels worden afgeweken.

8         Slotbepaling

Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking tot op 1 januari 2015 onder gelijktijdig intrekken van bestaande beleidsregels re-integratie van voor 1 januari 2015.

Bestaande rechten voortvloeiende uit eerdere beleidsregels re-integratie blijven  na de intrekking doorwerken, voor zover dat redelijkerwijs tot voordeel van de klant strekt.