Beleidsregel uitwegvergunningen

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie Gemeente Ameland
Officiële naam regeling Beleidsregel uitwegvergunningen
Citeertitel Beleidsregel uitwegvergunningen
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening, Bron bekendmaking Kenmerk voorstel
23-06-2004 n.v.t. Nieuwe beleidsregel 15-06-2004 Gemeenteinfo, 17-06-2004 Onbekend

Tekst van de regeling

Het college van Ameland;
gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT:
vast te stellen ter uitvoering van artikel B13 (maken of veranderen van een uitweg) van de Algemene plaatselijke verordening;

Beleidsregel uitwegvergunningen
 

Artikel

Criteria en voorschriften
De voorschriften van de vergunning of de criteria in de privaatrechtelijke overeenkomst hebben betrekking op datgene dat op de uitweg zelf betrekking heeft – zoals de grenzen, de afmetingen, het profiel, de hoogte, de wijze van verharding – of wat met die uitweg ten nauwste verband houdt – zoals beplanting en verlichting langs en van de uitweg, alsmede de (situering van de) langs of in de uitweg liggende riolering.
Aantal uitwegen
Een perceel dient ontsloten te kunnen zijn door een uitweg naar de weg. Het maximale toegestane aantal uitwegen is als volgt:
a. Woningen; maximaal één uitweg, geschikt voor gemotoriseerd verkeer, per woning of
woonperceel wordt toegestaan. Daarnaast kan, indien nodig een voetpad worden gerealiseerd;
b. Bedrijven; naar gelang omvang en ligging van een bedrijf kan het redelijkerwijs noodzakelijk zijn
om meer dan één uitweg toe te staan.
Breedte uitweg
De breedte van een uitweg is als volgt;
a. Woningen (incl. recreatiewoningen);
- uitweg geschikt voor gemotoriseerd verkeer maximaal 3 meter.
- daarnaast is een afzonderlijk voetpad met een maximale breedte van 1 meter toegestaan.
b. Bedrijven; afhankelijk van aard, omvang en ligging van een bedrijf; minimaal 3 meter en maximaal 4 meter.
c. Ten aanzien van de breedtematen is het college bevoegd ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze beleidsregel, indien afwijking aantoonbaar noodzakelijk is.
Voor een uitweg bij een woning kan het college toestemming verlenen tot maximaal vijf meter breedte, indien:
I. de aanvrager middels op naam gestelde kentekens kan aantonen dat op het adres twee of meer auto’s aanwezig zijn, of
II. de aanvrager kan aantonen dat de woning, behalve voor de huisvesting van diens gezin, ook gebruikt wordt voor logiesverblijf.

Wijze van verharding
1. De materiaalkeuze en kleurstelling is afhankelijk van de aanvaardbaarheid in relatie tot de karakteristiek van de reeds aanwezige bestrating en bebouwing, de openbare ruimte, het landschap dan wel de stedenbouwkundige context;
2. De wijze van verharding is als volgt:
a. Binnen de bebouwde kom: gebakken klinker (betonnen klinkers zijn uitsluitend toegestaan indien de aangrenzende weg bestraat is met betonnen klinkers);
b. Buiten de bebouwde kom; gebakken of betonnen klinker;
c. Buiten de bebouwde kom gelegen agrarische uitwegen zijn zo mogelijk niet voorzien van verharding.
3. Bij het indienen van de aanvraag om vergunning moet de aanvrager een monster van het te gebruiken verhardingsmateriaal ter goedkeuring aan het college voorleggen, zo mogelijk onder bijvoeging van de naam van de fabrikant en de naam van het gekozen materiaal.